50 Frappante Feitjes over mij

Omdat ik het zo leuk vind om over mezelf te praten, dacht ik: laat ik dit eens gaan verzinnen. Ik kwam op een paar andere blogs wat oude posts tegen over de tag 50 (random) facts about me. Het is al zeker een jaar geleden dat deze tag rondging, maar ja, ik heb wat in te halen, dus bij deze mijn invulling van de 50 gekke feitjes over mij. Maar echt gek. Zo zong ik ooit een solo over sperziebonen en eet ik alleen de bruingekleurde M&M’s. Heb jij gekke tics of rare voorkeuren? Of zijn er dingen die je herkent en ook zo ervaart?


1. Ik lust geen soep. Die substantie krijg ik gewoon niet weg. Het maakt niet uit welke smaak het is, want aan de smaak ligt het niet. Al gaat het met tomatensoep nog ’t beste.
2. Ik kan niet op een normale manier m´n veters strikken, ik doe het op m´n eigen manier. Ik maak twee lussen en knoop die dan net zoals je dat eerste knoopje maakt als je je veters strikt. Dit zit in de familie, want mijn vader doet het ook. Ik vind mijn manier trouwens ook veel logischer en makkelijker. Vroeger droeg ik alleen schoenen met ritsen en klittenband omdat ik nog geen veters kon strikken.
3. Elke ochtend en als ik heel moe ben, word ik tijdelijk verkouden en nies ik veel. Ook dit is een familiekwaal van mijn vaders kant. Net als het wiebelen met vingers en benen.
4. Ik kan geen horrorfilms kijken, daar krijg ik nacht- en dagmerries van. Ik ben sowieso een schijtluis: je zult mij ook nooit in een achtbaan zien die over de kop gaat of een andere enge attractie. Als ik een taakstraf zou moeten doen, kun je mij het beste in de Efteling of in Walibi World neerzetten.
5. Ik heb vroeger op koor gezeten. Ik zong toen een solo over sperziebonen.

6. Ik slaap meestal met sokken aan, want ik heb altijd koude voeten.
7. Ik vind broeken niet lekker zitten. Door m´n dunne benen en rare knieën zitten lange broeken nooit lekker. Daarom draag ik meestal jurkjes en panty’s.
8. Ik ben scheef. Mijn linkeroog zit hoger dan mijn rechter en als je m’n gezicht van onderaf ziet staat mijn neus ook scheef.
9. Toen ik geboren werd had ik ook een scheve bilspleet.
10. Ik ben verslaafd aan Zwitsal. Zwitsal olie, bodylotion en wasmiddel (toen dat op de markt kwam was ik zo gelukkig). Die geur, daar kan ik geen genoeg van krijgen. Net als de geur van benzinestiften en nivea crème. Oh, en shag.

11. Ik heb een hekel aan het bed verschonen.Ik met m’n slappe armpjes en zo’n groot laken is geen goede combi.
12. Vroeger lustte ik geen thee en dronk ik alleen chocomel.
13. En ik at pasta niet met saus maar met kaas en maggi en leefde op appelmoes en sperziebonen (vandaar natuurlijk ook die zangsolo).
14. Ik kan niet tegen vlees of vis dat er nog uitziet alsof het aan een dier zat. Als ik het wel eten moet, moet iemand anders eerst het vlees van het bot halen.
15. Ik heb pas heel laat leren lopen en liet me ook heel lang nog afdrogen na het douchen. Ik was er gewoon te lui voor.

16. Wel leerde ik vrij vroeg praten, maar dat zal geen verrassing zijn.
17. Ik heb altijd dezelfde shampoo (Andrelon Langer Fris, die bijna nergens te krijgen is) en conditioner (Andrelon Laagjes Accent, ook als ik geen laagjes heb). Moet ik m’n haar met iets anders wassen, dan ben ik helemaal van slag. En mijn haar ook.
18. Ik kan niet zonder wimperkruller. Ik heb wel lange wimpers, maar als ik er niets mee doe, staan ze zowat voor mijn ogen.
19. Toen ik m’n oor-gaatjes liet zetten, durfde ik heel lang de zweerknopjes er niet uit te halen.
20. Ik kan er niet tegen als mensen met hun nagels zitten te prutsen (Terwijl ik het zelf ook het heel vaak doe).

21. Ik word ontzettend blij van een volle koelkast, aan het begin van de week. Vooral als ie goed geordend is.
22.Stiekem ben ik een ontzettende digibeet. Ik heb pas 2,5 jaar een smartphone en heb altijd ruzie met apparaten, vooral printers.
23. Ik kan goed koken, maar als ik slavink moet maken gaat het mis.Ik laat het aanbranden of het wordt niet gaar.
24. Ik vind blote voeten vies. Vooral mannenvoeten.
25. Ik kan heel slecht dingen van vroeger weg doen. Agenda’s, knuffels, Diddl-spullen, ik heb het allemaal nog.

26. Ik wilde tot een paar jaar geleden nooit kinderen.
27. Ik vind het eng om naast tractors en vrachtwagens te rijden, op de fiets en in de auto. Ook als ik niet zelf stuur.
28. Ik heb zwemmen nooit leuk gevonden en had bijna mijn A-diploma niet gehaald.
29. Ik neem altijd veel te veel spullen mee als ik een paar dagen van huis ben. (straks inpakken voor een paar dagen Terschelling wordt dus weer een beproeving)
30. Ik ben zwaar neurotisch. Spullen hebben bijvoorbeeld een vaste plek, en als dat verandert, zet ik ze weer op hun plek. (Gisteren zette vriendlief het prullenbakje in de badkamer anders terug, maar dit keer was ik daar juist blij om, omdat ie op die plek beter stond. Het was een ware overwinning)

31. Ik heb Bambi nooit gezien.
32. Ik heb een hekel aan katten. Ze stinken en maken m’n panty’s kapot. En ze zijn onvoorspelbaar.
33. Ik kan geen pillen doorslikken. Ik breek ze altijd in stukjes of kauw ze kapot.
34. Ik houd ervan om de wc schoon te maken.
35. Ik kan er niet tegen als er iets in de gootsteen ligt. Vieze afwas moet op het aanrecht (of in de vaatwasser, als je die hebt, natuurlijk) en restjes eten in de prullenbak.

36. Ik houd niet van grote chips. Als er grote chips in de zak zitten, plet ik de zak zodat ze in stukjes gebroken worden. Misschien omdat ik ooit een heel groot stuk van een hele grote lolly per ongeluk doorslikte en dat niet bepaald fijn voelde, ik voelde ‘m de rest van de avond door m’n slokdarm gaan. Ik houd sowieso niet van grote happen ergens van nemen. Daarom vind ik tapas ook zo lekker!
37. Vroeger wilde ik tuinarchitect worden. Ha! Ik met vieze handen! En planten..
38. Ik vind de combinatie chocola en fruit verschrikkelijk. Bij mij dus geen chocolade fondue!
39. Als ik achterin een auto zit word ik misselijk. Voorin heb ik minder last en als ik zelf rijd helemaal niet.
40. Ik heb een hekel aan geel en oranje en ook rood zie ik liever niet.

41. Ik vind het jammer dat er nog geen blaadjes aan de bomen zitten als ik jarig ben. Ook baal ik zwaar als het rotweer is op m’n verjaardag.
42. Vroeger wilde ik Jasmeen van Dijk heten. Ik weet ook niet waarom, maar dat vond ik cool klinken. Inmiddels ben ik heel blij met mijn eigen naam en hij past goed bij me.
43. Ik bezeer mezelf altijd. Per ongeluk. Loop tegen kastjes, stoot m’n teen, ga op m’n snuit (dat is meestal als er veel mensen bij zijn, natuurlijk), enzovoort.
44,Ik erger me aan lelijke schoenen en mensen met hoogwater-broeken.
45. Ik snap niet waarom de evolutie been- en ander ongewenst haar nog niet heeft verwijderd bij vrouwen.

46. Ik kan niet tegen water in m’n gezicht, zoals onder de douche. Als mijn ouders vroeger mijn haar moesten wassen, was dat dan ook een complete ramp. Washandjes voor m’n ogen, janken, emmertjes water en gefrustreerde ouders. Hoe ze dat hebben gedaan, respect!
47. Ik kom niet aan van eten. Ik val wel af als ik ziek ben of minder eet. Veel mensen denken dat dat een zegen is, maar ik zie dat niet zo.
48. Ik vond de middelbare school verschrikkelijk.
49. Ik lust geen dingen met bosvruchtensmaak. Vroeger heb ik een virus gehad en kreeg ik een drankje met bosvruchtensmaak (om het lekkerder te maken) als medicijn. Dat was zo smerig dat ik het nu niet meer lust.
50. De bruin gekleurde M&M’s zijn de lekkerste. De andere kleuren hoef ik dan ook niet.



Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *